ECLI:NL:RBROT:2004:AR6172
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking goedkeuring hygiënecode horeca
Verzoekers, waaronder het Bedrijfschap Horeca en Catering en een horecaonderneming, verzetten zich tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid om de goedkeuring van de hygiënecode voor de horeca uit 1996 in te trekken en een nieuwe code uit 2003 goed te keuren, met uitzondering van de passages die betrekking hebben op artikel 30 van Pro de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen (WHL).
Zij stelden dat het systeem van de Europese Richtlijn 93/43/EEG zich verzet tegen het opnemen van microbiologische richtwaarden in de hygiënecode, en dat het intrekken van de goedkeuring zonder overgangsperiode leidt tot aanzienlijke financiële en praktische problemen voor horecaondernemers. De minister verdedigde het besluit met verwijzing naar de nationale implementatie van de richtlijn en het belang van passende veiligheidsprocedures, waaronder microbiologische criteria.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het geschil een complexe communautaire materie betreft die niet geschikt is voor voorlopige voorzieningen. Er was onvoldoende spoedeisend belang, mede omdat de minister bereid was tot een compromis en ondernemers alternatieven werden geboden. Ook was het besluit niet bij eerste beoordeling onrechtmatig. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door mr. P. van Zwieten op 25 maart 2004, waarbij de griffier mr. L. Hegie aanwezig was.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot intrekking en wijziging van de hygiënecode voor de horeca wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en gegrondheid.