ECLI:NL:RBROT:2004:AR6221
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens ontbreken herzieningsbesluit
Eiseres ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Verweerder beëindigde de uitkering met ingang van 1 december 2002 en vorderde terugbetaling van € 5.322,79 wegens vermeende onterechte bijstandsverlening over de periode van 1 april tot 3 september 2002. Eiseres maakte bezwaar tegen de terugvordering, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het geschil beoordeeld moest worden op basis van de Abw zoals die gold ten tijde van het bestreden besluit. Volgens artikel 81 Abw Pro kan terugvordering alleen plaatsvinden na een herzieningsbesluit zoals bedoeld in artikel 69, derde lid Abw. De rechtbank vond echter dat verweerder geen dergelijk herzieningsbesluit had genomen, wat een vereiste is voor terugvordering.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit. De rechtbank bepaalde dat het oorspronkelijke besluit van 21 maart 2003 wordt herroepen. Tevens werd verweerder in de gelegenheid gesteld om alsnog een herzieningsbesluit te nemen en daarbij te overwegen of afzien van herziening mogelijk is. De rechtbank wees de proceskosten toe aan eiseres.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. Havik op 16 september 2004 en is openbaar.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van een herzieningsbesluit en het oorspronkelijke besluit wordt herroepen.