ECLI:NL:RBROT:2004:AR7205
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Foy
- Van de Water
- Gimbrère
- Rechtspraak.nl
Verlenging maatregel plaatsing in inrichting voor jeugdigen met zes maanden
De rechtbank Rotterdam behandelde de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) van een veroordeelde die sinds september 2002 in de Rijksinrichting voor Jongens 'Den Engh' verbleef.
Uit de rapportages en de zitting bleek dat de veroordeelde zich redelijk goed ontwikkelde binnen de gestructureerde groepssetting, maar dat er geen individuele behandeling had plaatsgevonden. Het recidivegevaar kon daardoor niet concreet worden vastgesteld. Den Engh kon geen op de veroordeelde afgestemd plan van aanpak overleggen.
De rechtbank oordeelde dat verdere groepsbehandeling niet in het belang was van de ontwikkeling van de veroordeelde, maar dat een directe overgang naar volledige vrijheid zonder begeleiding ook niet verantwoord was. Gezien de positieve ontwikkeling en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor onaanvaardbaar recidivegevaar, werd de maatregel verlengd met zes maanden.
In deze periode dient de veroordeelde onder toezicht te worden gebracht in een situatie met verantwoorde dagbesteding buiten de gesloten setting. Indien de veroordeelde niet goed omgaat met de vrijheden, kan de maatregel opnieuw worden verlengd.
De beslissing is genomen met inachtneming van de wettelijke bepalingen en adviezen van de inrichting en deskundigen, en na hoorzitting met betrokken partijen.
Uitkomst: De maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt verlengd met zes maanden onder voorwaarden van geleidelijke overgang en toezicht.