ECLI:NL:RBROT:2004:AT9838
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Pauw Gerlings - Döhrn
- Van de Water
- De Winkel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor groepsverkrachting en oplegging jeugddetentie met plaatsing in inrichting
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte schuldig bevonden aan groepsverkrachting van een 14-jarig meisje, dat tegen haar wil naar een kelderbox werd gelokt en daar door verdachte en anderen werd vastgehouden, mishandeld en verkracht. Het slachtoffer was volledig overgeleverd aan de daders en ondervond ernstige bedreiging en geweld.
De rechtbank oordeelde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een gedragsstoornis NAO en gebrekkige egofuncties, wat zijn impulscontrole en empathie beïnvloedde. De ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden leidden tot een straf van 7 maanden jeugddetentie met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank verwierp het ontvankelijkheidsverweer van de verdediging en oordeelde dat het bewijs, waaronder bekennende verklaringen en verklaringen van het slachtoffer en medeverdachte, wettig en overtuigend was verkregen. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van het voorwaardelijk deel van een eerdere opgelegde jeugddetentie wegens het plegen van nieuwe strafbare feiten binnen de proeftijd.
De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt gekoppeld aan het volgen van behandeling bij het Palmhuis te Den Haag of een soortgelijke instelling, onder toezicht van de jeugdreclassering. De rechtbank achtte deze combinatie van straf en maatregel passend en noodzakelijk voor de bescherming van de samenleving en de ontwikkeling van verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 7 maanden jeugddetentie en voorwaardelijke plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens groepsverkrachting.