ECLI:NL:RBROT:2004:AT9858
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Pauw Gerlings - Döhrn
- Van de Water
- De Winkel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte groepsverkrachting wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van groepsverkrachting, aanranding en wederrechtelijke vrijheidsberoving in een kelderbox. De officier van justitie had een jeugddetentie geëist, maar de rechtbank vond de bekentenissen onvoldoende overtuigend omdat deze mogelijk onder druk waren afgelegd en ook door medeverdachten waren ingetrokken.
De aangeefster noemde expliciet andere jongens als daders en herkende verdachte niet op foto's. Hoewel verdachte mogelijk een van de toekijkende jongens was, ontbrak wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen. De rechtbank concludeerde dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen konden worden.
Op basis hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. De jongste rechter kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.