ECLI:NL:RBROT:2004:AT9859
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Pauw Gerlings - Döhrn
- Van de Water
- De Winkel
- Rechtspraak.nl
Maatregel plaatsing jeugdige na groepsverkrachting en diefstallen met braak
De rechtbank Rotterdam heeft op 21 december 2004 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van meervoudige groepsverkrachting van een 14-jarig meisje, vrijheidsberoving, en meerdere diefstallen met braak in een schoolgebouw. De feiten vonden plaats in de periode van maart tot december 2003 in Rotterdam. Het slachtoffer werd tegen haar wil naar een kelderbox gelokt, waar zij werd vastgehouden, mishandeld en gedwongen tot seksuele handelingen door verdachte en medeverdachten.
De rechtbank achtte de bewezenverklaring van de groepsverkrachting, vrijheidsberoving en diefstallen met braak overtuigend bewezen. De verdachte werd vrijgesproken van een zesde tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs. Psychologisch en psychiatrisch onderzoek concludeerde dat verdachte een gedragsstoornis heeft met een mogelijk antisociale persoonlijkheidsontwikkeling, wat leidde tot verminderd toerekeningsvatbaarheid. De kans op recidive werd als groot ingeschat.
Gezien de ernst van de feiten, de gedragsproblematiek en het recidiverisico, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke maatregel op tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, specifiek de Glen Mills School. De rechtbank vond deze maatregel passend en noodzakelijk voor behandeling en bescherming van de maatschappij en het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wegens groepsverkrachting, vrijheidsberoving en diefstallen met braak.