ECLI:NL:RBROT:2004:BB1838

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 september 2004
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
573046
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.F. Lubberink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming huurovereenkomst en schadevergoeding wegens niet-gerenoveerde woonruimte

Eisers hebben een huurovereenkomst met gedaagde voor een woning die gerenoveerd zou worden opgeleverd. De oorspronkelijke huur van een ander pand werd beëindigd vanwege vergunningproblemen. Na een kort geding werd overeengekomen dat eisers de woning aan de [locatie 2] zouden huren, maar gedaagde stelde de woning pas in maart 2004 beschikbaar en deze was niet conform de afspraken gerenoveerd.

Eisers weigerden de woning vanwege de slechte staat en sommeerden gedaagde tot nakoming. Gedaagde voldeed hier niet aan, waarop eisers nakoming en schadevergoeding vorderden. Tijdens de procedure werd een regeling getroffen die niet inhield dat een nieuwe huurovereenkomst tot stand kwam, waarbij eisers de vrijheid wilden behouden de woning niet te accepteren.

Gedaagde stelde zich primair op het standpunt dat de kantonrechter onbevoegd was en subsidiair dat de vorderingen niet-ontvankelijk of ongegrond waren. Tevens stelde gedaagde dat het pand inmiddels aan derden was verhuurd, waardoor nakoming en dwangsommen niet opportuun zijn.

De kantonrechter bepaalde dat partijen op een comparitie moesten verschijnen om nadere inlichtingen te verstrekken over de huurovereenkomst en de renovatiewerkzaamheden, met de verplichting relevante stukken en foto's tijdig te overleggen.

Uitkomst: Partijen worden opgeroepen voor een comparitie om nadere inlichtingen te verstrekken en stukken te overleggen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector kanton
VONNIS
in de zaak van
1) [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2) [eiser 2],
wonende te [woonplaats]
3) [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
eisers bij exploot van dagvaarding van 27 juli 2004,
gemachtigde: mr. R. Scheltes te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FT Vastgoed B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagden,
gemachtigde: mr. A.M. Roepel te Rotterdam.
Het procesverloop
Eisers hebben bij dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
“a. FT Vastgoed te veroordelen tot het nakomen van de overeenkomst, zoals deze is gesloten op 24 maart 2003 tussen eisers enerzijds en FT Vastgoed anderzijds binnen twee weken na het te wijzen vonnis, op straffe van gebeurte van een dwangsom van € 100,00 per eiser per dag, zolang FT Vastgoed hieraan niet voldoet.
b. FT Vastgoed te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding aan eisers ten bedrage van een nader te bepalen bedrag per eiser als vergoeding voor de schade wegens het niet nakomen van de gemaakte afspraken op 24 maart 2003.
c. FT Vastgoed te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris gemachtigde daaronder begrepen.”.
Gedaagde heeft zich bij conclusie van antwoord primair beroepen op de onbevoegdheid van de sector kanton en subsidiair geconcludeerd dat eisers in de vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard dan wel dat deze vorderingen moeten worden afgewezen, telkens met veroordeling van eisers in de kosten van het geding.
De stellingen van partijen
Eisers stellen dat hun vordering betrekking heeft op een huurovereenkomst, omdat zij oorspronkelijk van gedaagde de woning aan de [locatie] hadden gehuurd en afgesproken hebben van haar te gaan huren de woonruimte aan de [locatie 2].
Het eerstgenoemde pand hadden zij sinds 23 oktober 2001 gehuurd van gedaagde, maar dat dienden zij op last van de gemeente Rotterdam te verlaten omdat er sprake was van de exploitatie van een verblijfsinrichting zonder de vereiste vergunning.
Eisers hebben toen een kort geding procedure tegen gedaagde aangespannen, die is geroyeerd nadat op de zitting overeenstemming was bereikt over vervangende woonruimte.
Gedaagde heeft zich niet aan de terzake gemaakte afspraken gehouden. De woning aan de [locatie 2] zou in het najaar van 2003 gerenoveerd worden opgeleverd. Gedaagde heeft echter pas op 16 maart 2004 meegedeeld dat de woning beschikbaar was voor eisers, en deze was toen niet op de afgesproken wijze gerenoveerd.
Voor eisers was de staat van de woning onaanvaardbaar en zij hebben gedaagde op 30 maart 2004 gesommeerd alsnog de woning conform de gemaakte afspraken beschikbaar te stellen. Gedaagde heeft aan die sommatie niet voldaan, op grond waarvan eisers nu in rechte nakoming vorderen en tevens vergoeding van de door hen geleden schade omdat zij geen gebruik kunnen maken van de aangeboden woonruimte en noodgedwongen slechtere alternatieven hebben moeten aanvaarden.
Gedaagde voert – tot het uiterste samengevat – aan dat eisers niet bereid bleken mee te werken aan het creëren van een juiste en toegestane huursituatie voor het pand aan de [locatie 1], maar gedaagde wilden dwingen tot iets wat onmogelijk was: de afgifte van een vergunning voor een pand dat daarvoor niet in aanmerking kwam op grond van het door de gemeente Rotterdam gevoerde beleid.
Tijdens de procedure hebben partijen een regeling getroffen. De regeling hield uitdrukkelijk niet in dat er een (nieuwe) huurovereenkomst tot stand kwam voor de [locatie 2]. Eisers wilden juist de vrijheid hebben de woning niet te aanvaarden zonder verdere rechtsgevolgen.
Bij de bezichtiging in maart 2003 is aan eisers niets toegezegd over te verrichten werkzaamheden. Er is wel gesproken over de renovatie die met gemeentesubsidie zou worden uitgevoerd.
Er zijn aan het pand voor een bedrag van € 259.654,-- exclusief BTW werkzaamheden verricht.
De woning is op 16 maart 2004 aan eisers aangeboden, die niet tevreden waren en de woning hebben geweigerd.
Gedaagde heeft eisers op 27 april 2004 een laatste termijn van 10 dagen gesteld om de woning te accepteren. Dat hebben zij niet gedaan.
Daarmee is de schikkingafspraak geëindigd, c.q. door gedaagde afdoende nagekomen. Voorzover nodig heeft gedaagde die afspraak bij conclusie van antwoord ontbonden.
Gedaagde heeft de woning thans aan derden verhuurd (hetgeen meebrengt dat het opleggen van een dwangsom tot nakoming sowieso niet opportuun is).
De overwegingen voor de tussenbeslissing
Partijen moeten verschijnen op een terechtzitting van de kantonrechter om inlichtingen te verstrekken. Dat geldt zowel voor de formele kant (de vraag of de kantonrechter wel bevoegd is) als voor de inhoudelijke aspecten van het geschil.
Wat dat laatste betreft lijkt het nuttig dat partijen tevoren (voorzover dat nog niet is gedaan) verklaringen in het geding brengen over de met betrekking tot de huur-overeenkomst voor de [locatie 2] gemaakte afspraak, en eveneens met betrekking tot de daar uit te voeren werkzaamheden. Indien er foto’s beschikbaar zijn moeten ook die worden toegestuurd.
De beslissing
De kantonrechter,
alvorens verder te beslissen,
bepaalt dat partijen - in persoon of behoorlijk vertegenwoordigd en desgewenst met hun gemachtigde - op dinsdag 2 november 2004 te 14.00 uur moeten verschijnen in het gerechtsgebouw B aan het Wilhelminaplein 100 te Rotterdam (het hoge rode gebouw, op de eerste verdieping) en alle stukken die van belang zijn uiterlijk een week voor de comparitie van partijen aan de wederpartij en de kantonrechter moeten toezenden.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Lubberink en is, alvorens op schrift te zijn gesteld, uitgesproken ter openbare terechtzitting.