ECLI:NL:RBROT:2005:AS2057
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging loondoorbetalingsverplichting wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen
Eiseres, een werkgever, kreeg van het UWV een besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting voor haar werkneemster die sinds april 2002 arbeidsongeschikt was. Het UWV stelde dat eiseres onvoldoende reïntegratie-inspanningen had verricht, met name door het niet aanmelden van de werkneemster voor een extern reïntegratietraject (Tweede-Spoor). Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij niet verplicht was tot deze melding omdat de werkneemster vóór 1 januari 2003 was uitgevallen.
De rechtbank oordeelde dat volgens de toen geldende regelgeving (artikel 7.10 Regeling SUWI) werkgevers niet verplicht waren om het UWV te informeren over reïntegratie buiten het eigen bedrijf voor werknemers die vóór 1 januari 2003 uitvielen. De verantwoordelijkheid voor het Tweede-Spoor lag in die periode bij het UWV. Het besluit van het UWV ontbeerde daarom een deugdelijke motivering en werd vernietigd.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de bedrijfsarts op 10 februari 2003 had geconcludeerd dat de werkneemster niet langer geschikt was voor haar eigen werk maar wel voor lichtere werkzaamheden, waardoor vanaf dat moment reïntegratie-inspanningen verwacht konden worden. Tot die datum mocht eiseres afgaan op eerdere medische beoordelingen die geen benutbare mogelijkheden aanwezen.
De rechtbank bepaalde dat het UWV binnen zes weken na onherroepelijkheid een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met deze overwegingen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de reïntegratieverplichtingen.