ECLI:NL:RBROT:2005:AS3661
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Asscheman-Versluis
- Van de Water
- Gimbrère
- Rechtspraak.nl
Beperkingen verdedigingsrechten AIVD-functionaris door geheimhoudingsplicht en staatsgeheimen
De rechtbank Rotterdam oordeelt over de problematiek rond de wettelijke geheimhoudingsplicht van (voormalige) AIVD-functionarissen, die hen beperkt in het vrijelijk communiceren met hun raadsman en daarmee in de uitoefening van hun verdedigingsrechten. Deze geheimhoudingsplicht omvat ook staatsgeheimen, waarvan onthulling strafbaar is volgens de artikelen 98 en 272 Sr.
De verdediging stelt dat deze beperkingen de mogelijkheid tot een adequate verdediging ernstig belemmeren, mede omdat essentiële informatie als staatsgeheim wordt aangemerkt en niet aan het dossier wordt toegevoegd. De officier van justitie erkent het probleem en stelt overleg voor tussen rechter-commissaris, OM en verdediging, maar de verdediging vindt dit onwerkbaar en strijdig met het EVRM en het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank benadrukt dat inbreuken op verdedigingsrechten alleen zijn toegestaan indien strikt noodzakelijk en dat deze zo mogelijk gecompenseerd moeten worden. Het is aan de bewindslieden om afwegingen te maken over ontheffing van de geheimhoudingsplicht. De rechter-commissaris wordt aangewezen om te onderzoeken hoe de verdediging zo veel mogelijk tegemoet kan worden gekomen, waarbij de verdediging concreet moet aangeven welke punten nader onderzoek behoeven.
De rechtbank wijst ook op wettelijke mogelijkheden tot ontheffing van geheimhouding en het gebruik van ambtsberichten. De zaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris voor nader onderzoek en overleg over compensatie van de verdedigingsbeperkingen.
Uitkomst: Zaak verwezen naar rechter-commissaris voor nader onderzoek naar compensatie van beperkingen door geheimhoudingsplicht.