ECLI:NL:RBROT:2005:AS5609
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Klein Wolterink
- R. Van de Water
- V.M. de Winkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsmacht Nederland bij opsporingsonderzoek terroristische bomaanslagen Madrid
In deze strafzaak stond de vraag centraal of Nederland rechtsmacht toekomt voor het starten van een opsporingsonderzoek naar een verdachte van terroristische bomaanslagen in Madrid, op grond van artikel 4 sub Pro 13 van het Wetboek van Strafrecht. De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat niet vaststond dat de verdachte zich daadwerkelijk in Nederland bevond ten tijde van het onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4 sub Pro 13 Sr een ruime universele rechtsmacht verleent, mede voortvloeiend uit internationale verdragsverplichtingen ter bestrijding van terrorisme. Het vermoeden dat de verdachte zich in Nederland bevindt, gebaseerd op informatie van Spaanse autoriteiten en telefoongegevens, was voldoende grondslag voor het opsporingsonderzoek.
Daarnaast stelde de rechtbank dat het feit dat Spanje als primaire jurisdictie optreedt geen beletsel vormt voor de Nederlandse rechtsmacht in de opsporingsfase. De wetgever heeft immers niet beoogd de universele rechtsmacht in deze fase te beperken. De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard en het preliminaire verweer verworpen.
De uitspraak bevestigt het belang van een ruime uitleg van universele rechtsmacht in terrorismezaken, zodat Nederland effectief kan optreden bij verdenking van internationale terroristische misdrijven, ook als de verdachte nog niet definitief in Nederland is aangetroffen.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde de officier van justitie ontvankelijk en verwierp het preliminaire verweer wegens het ontbreken van rechtsmacht.