ECLI:NL:RBROT:2005:AT3315
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Pauw Gerlings-Döhrn
- De Ruijter
- Van de Water
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen overval; veroordeling voor bezit verboden wapens en munitie
Op 8 april 2004 drongen twee personen een supermarkt binnen waar verdachte werkzaam was. Verdachte opende het rolluik, maar er is onvoldoende bewijs dat hij medeplichtig was aan de overval. De rechtbank achtte het ontbreken van een strafrechtelijk relevante relatie tussen het openen van het rolluik en het binnentreden van de overvallers doorslaggevend voor vrijspraak van medeplegen en medeplichtigheid.
Wel werd vastgesteld dat verdachte verboden wapens en munitie in bezit had, waaronder patroonhouders, een geluiddemper, een kogelwerend vest en nachtkijker. Deze voorwerpen zijn kennelijk bestemd voor het plegen van een misdrijf. Voorwerpen zoals ammoniak en zoutzuur werden als huishoudelijke middelen beoordeeld en niet als misbruiksvoorwerpen. Het NFI-rapport concludeerde dat een gevonden explosieve constructie ondeugdelijk was.
De rechtbank verwierp het verweer van onrechtmatige doorzoeking en bewijsuitsluiting. Verdachte had kennis van de wapens in de berging. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte een concreet misdrijf voorbereidde, ondanks aanwijzingen van religieus extremistische sympathieën en contacten. De straf werd bepaald op 3 maanden gevangenisstraf, mede vanwege eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten. Voorwerpen die niet voor verbeurdverklaring in aanmerking kwamen, werden teruggegeven.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen overval en veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor bezit van verboden wapens en munitie.