ECLI:NL:RBROT:2005:AT3634
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking vergunning seksinrichting wegens verval van rechtswege en bevestiging sluiting wegens minderjarige prostituee
De burgemeester van Rotterdam had de exploitatievergunning van de seksinrichting Atlantic Bar ingetrokken en de inrichting voor 12 maanden gesloten na constatering van zes illegale prostituees, waaronder een minderjarige. Eisers betwistten dat de vrouwen als prostituee werkzaam waren en dat zij illegaal waren, en voerden aan dat de vermeende minderjarige in werkelijkheid meerderjarig was.
De rechtbank stelde vast dat de vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Rotterdam van rechtswege was vervallen omdat de oorspronkelijke exploitanten de exploitatie reeds hadden beëindigd en de vergunning niet overdraagbaar was. De intrekking van de vergunning door de burgemeester was daarom onrechtmatig en werd vernietigd.
De rechtbank oordeelde echter dat de sluiting van de seksinrichting voor 12 maanden vanwege de aanwezigheid van een minderjarige prostituee in overeenstemming was met het gemeentelijk beleid en de APV. De constatering van de politie werd als juist aangenomen, en het verweer dat de minderjarige meerderjarig zou zijn, was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking van de vergunning gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking. Het beroep tegen de sluiting werd ongegrond verklaard. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Intrekking vergunning vernietigd wegens verval van rechtswege; sluiting inrichting voor 12 maanden bevestigd wegens minderjarige prostituee.