ECLI:NL:RBROT:2005:AT4031
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Groen
- Scheffers
- Van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Tussenbeslissing over geheimhouding en procedure in strafzaak tegen AIVD-tolk
In deze strafzaak tegen een verdachte die werkzaam was als tolk voor de AIVD, heeft de rechtbank Rotterdam een tussenbeslissing genomen over de omgang met staatsgeheimen en de procedurele aspecten van het onderzoek. De rechtbank benadrukt dat de behandeling grotendeels achter gesloten deuren moet plaatsvinden vanwege de staatsveiligheid, conform artikel 269 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering.
De rechtbank bepaalt dat de identiteit van AIVD-getuigen afgeschermd moet worden en dat een AIVD-medewerker bijzondere toegang krijgt tot verhoren om belangen van nationale veiligheid te beoordelen. De verdediging verzocht om ongecensureerde AIVD-stukken, maar de rechtbank wijst dit af vanwege het belang van staatsveiligheid, hoewel een deels gecensureerde versie is toegevoegd. De rechtbank erkent de beperking voor de verdediging, maar acht compensatie mogelijk door het horen van belangrijke getuigen.
Verder wordt de rechter-commissaris opgedragen diverse getuigen te horen, waaronder AIVD-medewerkers en het plaatsvervangend hoofd van de AIVD. De rechtbank stelt voorwaarden aan de procedure en benadrukt dat het Openbaar Ministerie en de rechter toetsen welke vragen en antwoorden toelaatbaar zijn. Ook wordt besloten dat interne AIVD-onderzoekstukken niet verplicht aan het dossier hoeven te worden toegevoegd.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer en uitgesproken op 15 april 2005 tijdens een openbare zitting, waarbij de belangen van staatsveiligheid en een eerlijk proces zorgvuldig zijn afgewogen.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de zaak grotendeels achter gesloten deuren wordt behandeld, de identiteit van AIVD-getuigen wordt afgeschermd en ongecensureerde stukken niet aan het dossier worden toegevoegd.