ECLI:NL:RBROT:2005:AT4997
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kruisdijk
- J.M. Hamaker
- J.A.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit afwikkelingsvrijstelling pensioenfonds Center Parcs
De Stichting Pensioenfonds Recreatie verleende op 15 mei 2003 een afwikkelingsvrijstelling van verplichte deelneming aan Center Parcs N.V. tegen wie bezwaar werd gemaakt. Na ongegrondverklaring van het bezwaar stelde Center Parcs beroep in. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar feitelijk een nieuwe aanvraag betrof, omdat de oorspronkelijke aanvraag van 8 november 1999 niet als zodanig kon worden aangemerkt onder de toen geldende wetgeving.
De rechtbank stelde vast dat Center Parcs N.V. als werkgever bij het besluit was betrokken en dat eiseres als rechtsopvolger van Center Parcs N.V. moest worden beschouwd. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eerst bezwaar moest worden gemaakt tegen het bestreden besluit. Tevens werd verweerster veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De rechtbank overwoog dat de vrijstelling van 15 mei 2003 het definitieve besluit was en dat eerdere correspondentie geen besluit tot vrijstelling inhield. Ook werd benadrukt dat het Vrijstellingsbesluit 2000 strikte voorwaarden stelt aan de pensioenregeling van de werkgever. Het beroep kon niet slagen omdat eiseres niet voldeed aan deze voorwaarden voor de gehele groep werknemers.
Ten slotte werd opgemerkt dat het beroep tevens als bezwaar moest worden aangemerkt en dat verweerster het bestreden besluit ten onrechte als een beslissing op bezwaar had gepresenteerd, waardoor het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwikkelingsvrijstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eerst bezwaar moet worden gemaakt.