ECLI:NL:RBROT:2005:AT7196
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Klein Wolterink
- Poiesz
- Van Reekum
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van grote hoeveelheden cocaïne via lucht- en zeevracht
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor twee afzonderlijke feiten van medeplegen van invoer van cocaïne. De eerste zending betrof circa 312 kilo cocaïne die in 2000 via een luchtvrachtcontainer met hulpgoederen vanuit Curaçao naar Schiphol werd gesmokkeld. De tweede zending betrof circa 72 kilo cocaïne die begin maart 2004 via een zeecontainer vanuit Curaçao naar de Rotterdamse haven werd vervoerd.
Verdachte, werkzaam als expediteur op Curaçao, verzorgde de documenten en regelde de verscheping van de goederen, wetende dat deze als deklading voor cocaïne werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich uitsluitend door winstbejag liet leiden zonder rekening te houden met maatschappelijke gevolgen. De handel in verdovende middelen vormt een ernstige bedreiging voor de rechtsorde en volksgezondheid.
Gezien de omvang van de cocaïne en de rol van verdachte achtte de rechtbank de feiten ernstig. Verdachte had na de eerste zending kennelijk de verleiding niet kunnen weerstaan om opnieuw deel te nemen aan drugssmokkel. De rechtbank wees verzoeken tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis af vanwege de ernst van de feiten en het risico op herhaling.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden, rekening houdend met zijn coördinerende rol en het feit dat hij niet eerder was veroordeeld. De opgelegde straf was lager dan de eis van de officier van justitie, mede gelet op straffen van medeverdachten in een gerelateerd onderzoek.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van cocaïne.