ECLI:NL:RBROT:2005:AT7197
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Russell-van der Hoeven
- Asscheman-Versluis
- Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag en poging tot doodslag na caféconflict
Op 26 juni 2004 stak verdachte in een café te Rotterdam twee personen met een mes, waarbij één slachtoffer overleed aan een steekwond in het hart en het andere slachtoffer ernstig werd verwond maar overleefde. De aanleiding was een conflict waarbij een vriend van verdachte een mes trok, dat werd afgenomen waarna verdachte het mes oppakte en de steekpartij pleegde.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde en veroordeelde hem tot 15 jaar gevangenisstraf. Verdachte weigerde mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek, maar er waren geen aanwijzingen voor psychopathologie of een psychotische stoornis. Daarom werd geen TBS-maatregel opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte een gevaar voor de maatschappij vormt, mede door zijn eerdere veroordelingen en het feit dat de feiten tijdens detentieverlof zijn gepleegd. De benadeelden kregen materiële schadevergoeding toegewezen, maar immateriële schadevorderingen werden afgewezen of doorverwezen naar de burgerlijke rechter.
De straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte. Verdachte toonde geen inzicht of berouw. De opgelegde straf houdt rekening met de noodzaak tot beveiliging van de maatschappij en het recidivegevaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor doodslag en poging tot doodslag zonder oplegging van TBS.