ECLI:NL:RBROT:2005:AT7245
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Fiege
- Daalmeijer
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Rotterdam veroordeelt vennootschap voor deelname aan criminele organisatie en oplichting in bouwfraudezaak
De rechtbank Rotterdam behandelde een strafzaak tegen een besloten vennootschap wegens oplichting en deelname aan een criminele organisatie in de bouwsector. De tenlastelegging werd deels nietig verklaard vanwege onduidelijkheid en verjaring van feiten uit de jaren 1995 en 1997. De rechtbank oordeelde dat oplichting een aflopend delict is en dat het delict voltooid werd bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk voor feiten die dateren vanaf 1 januari 1998, omdat deze onder het bestuursrecht van de NMa vallen en strafrechtelijke vervolging daarvan in strijd is met de beginselen van een goede procesorde. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder schending van het gelijkheidsbeginsel, onrechtmatige bewijsverkrijging, en belemmering door de parlementaire enquête, maar deze werden afgewezen.
De rechtbank achtte bewezen dat de vennootschap deelnam aan egalisatiefondsen die marktverdeling en prijsafspraken maakten, wat leidde tot concurrentievervalsing. De vennootschap werd veroordeeld tot een geldboete van €45.000. Een deel van de tenlastelegging betreffende vervalsing van bedrijfsadministraties werd niet bewezen verklaard en leidde tot vrijspraak. Daarnaast werd een aantal bewijsstukken uitgesloten wegens onrechtmatigheid, waaronder een schaduwadministratie die via de parlementaire enquête was verkregen.
De rechtbank gaf een uitgebreide motivering over de ontvankelijkheid van het OM, de rechtmatigheid van de bewijsvoering, en de toepassing van het ne bis in idem-beginsel. De beslissing tot vervolging werd als redelijk en in overeenstemming met het opportuniteitsbeginsel beoordeeld. De teruggave van in beslag genomen voorwerpen werd gelast.
Uitkomst: Vennootschap veroordeeld tot een geldboete van €45.000 en deels vrijgesproken; OM deels niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring en bestuursrechtelijke handhaving.