ECLI:NL:RBROT:2005:AT7586
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Schorsing disciplinair ontslag wegens onrechtmatig cameratoezicht en onvoldoende motivering
Verzoeker, een buschauffeur met een dienstverband van 24 jaar, werd op 31 maart 2005 door het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit ontslag volgde op klachten over het niet afgeven van vervoersbewijzen aan betalende passagiers en een onderzoek met behulp van onopvallende cameratoezicht en dynamische observaties.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het ontslag en stelde onder meer dat het onderzoeksmiddel van cameratoezicht onrechtmatig was, dat hij onvoldoende tijd had gehad om zich voor te bereiden, en dat het ontslag onevenredig was. De voorzieningenrechter oordeelde dat het cameratoezicht niet rechtmatig was ingezet omdat er geen duidelijke aanwijzingen waren voor betrokkenheid van alle chauffeurs, en dat het ontslag onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat het niet duidelijk was dat verzoeker geld uit kaartverkoop niet had afgedragen.
De rechter vond het plichtsverzuim onvoldoende ernstig om onvoorwaardelijk ontslag te rechtvaardigen, mede gezien de drukte tijdens de waargenomen overtredingen. Daarom werd het ontslag geschorst tot zes weken na een beslissing op het bezwaar van verzoeker. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker toegewezen.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag is geschorst wegens onrechtmatig cameratoezicht en onvoldoende motivering, en het besluit wordt heroverwogen.