ECLI:NL:RBROT:2005:AT7776

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
10/031363-04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Rutten
  • Van der Ven
  • Van der Bijl-de Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51b SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging rip-deal

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot rip-deal. Ondanks belastende verklaringen van medeverdachten en afspraken over verklaringen na aanhouding, kon niet worden vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van het plan of zijn rol daarin. Het enkele feit dat verdachte aanwezig was in de woning en een wapen zag, was onvoldoende voor een bewezenverklaring.

De officier van justitie had een gevangenisstraf van vijf jaar geëist, maar de rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. De benadeelde partij vorderde materiële schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel tegen verdachte werd opgelegd.

De rechtbank sprak verdachte vrij, verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk en veroordeelde deze in de kosten. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk vrijgelaten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging rip-deal wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Parketnummer van de berechte zaak: 10/031363-04
Datum uitspraak (bij vervroeging): 2 juni 2005
Tegenspraak
VONNIS
van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
wonende te [adres],
ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting “De Boschpoort” te Breda.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 en 31 mei 2005.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding onder bovengenoemd parketnummer, zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. Van deze dagvaarding en vordering zijn kopieën in dit vonnis gevoegd (bladzijden genummerd A1 tot en met A8).
DE EIS VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE
De officier van justitie mr. Van der Heem heeft gerekwireerd, zakelijk weergegeven:
- de bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- de veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren met aftrek van voorarrest.
NIET BEWEZEN
Ondanks dat de medeverdachten belastend over verdachte hebben verklaard en vast is komen te staan dat verdachte met de medeverdachten afspraken heeft gemaakt over wát te verklaren na hun aanhouding, waardoor het onderzoek in het begin is gefrustreerd, is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende vast komen te staan dat verdachte wetenschap had van het plan om een rip-deal te plegen noch dat hem duidelijk was welke rol hem hierbij door de anderen was toegedacht.
Het enkele feit dat verdachte in de woning aanwezig was en daar een wapen heeft gezien is onvoldoende voor enige bewezenverklaring in strafrechtelijke zin voor het delict dat is gevolgd, mede gelet op het feit dat er nog geen sprake was van een begin van uitvoering, dan wel invulling, van de hem toegedachte rol.
Het ten laste gelegde is aldus niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
DE VORDERING BENADEELDE PARTIJ
Op de wijze voorzien in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting gevoegd als benadeelde partij [benadeelde partij], wonende te [adres], terzake van het ten laste gelegde. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 8.562,96.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en heeft voorts gevorderd aan de verdachte de maatregel van schadevergoeding op te leggen tot datzelfde bedrag, bij niet betaling te vervangen door vervangende hechtenis.
Namens de verdachte is noch de aansprakelijkheid noch de door de benadeelde partij gestelde hoogte van de schade betwist.
De benadeelde partij wordt in de vordering niet-ontvankelijk verklaard nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt de benadeelde partij veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt. De kosten worden tot op heden begroot op nihil.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. Rutten, voorzitter,
en mrs. Van der Ven en Van der Bijl-de Jong, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Ivankovic, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juni 2005.