ECLI:NL:RBROT:2005:AU0650
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens gebruik woord 'bank'
Verweerster heeft aan verzoekers een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 83, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 door het gebruik van het woord 'bank' in hun bedrijfsnaam en website. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de last te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verbod op het gebruik van het woord 'bank' geldt tenzij duidelijk blijkt dat de onderneming niet op financiële markten actief is. Hoewel verzoekers stelden dat hun naam en website duidelijk maken dat zij geen financiële diensten verlenen, oordeelde de rechter dat het gebruik van 'bedrijvenbank' bij het publiek wel de indruk kan wekken dat het een financiële instelling betreft, mede door de financiële informatie op de website.
Verzoekers voerden ook aan dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden omdat tegen andere namen met 'bank' niet wordt opgetreden, maar de voorzieningenrechter vond dit niet aannemelijk. Daarnaast was de dwangsom duidelijk en de begunstigingstermijn niet onevenredig kort. Er was geen sprake van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de schorsing van de last vervalt een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wegens het gebruik van het woord 'bank' wordt afgewezen.