ECLI:NL:RBROT:2005:AU0668
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bogaards
- Lamers-Wilbers
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsverkrachting, veroordeling seksueel binnendringen minderjarige
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde groepsverkrachtingsfeit omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wist dat het seksuele contact onder dwang en tegen de wil van het slachtoffer plaatsvond. Dit oordeel is gebaseerd op verklaringen waaruit blijkt dat verdachte mogelijk op vrijwillige basis seksueel contact had met het slachtoffer en daarna de kamer verliet, waardoor onvoldoende bewijs bestond voor het groepsverkrachtingsfeit.
Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel binnendringen bij een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar, gepleegd in de slaapkamer van een medeverdachte. De rechtbank weegt mee dat het slachtoffer nog zeer jong en seksueel naïef was, en dat verdachte en zijn medeverdachten hiermee ernstig tekort zijn geschoten in het respecteren van haar grenzen.
Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast is een bijzondere voorwaarde opgelegd waarbij verdachte verplicht wordt deel te nemen aan een training voor jeugdige seksuele delicten onder toezicht van de reclassering. De rechtbank kent een voorschot van €1500,- toe aan het slachtoffer als immateriële schadevergoeding.
De rechtbank heeft rekening gehouden met een psychologisch rapport dat geen aanwijzingen gaf voor verminderd toerekeningsvatbaarheid, maar wel antisociale trekken en een ontkennende houding constateerde. Verdachte was niet eerder veroordeeld. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van groepsverkrachting maar veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor seksueel binnendringen van een minderjarige met een schadevergoeding van €1500,-.