ECLI:NL:RBROT:2005:AU1582
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening sluiting coffeeshop Greenhouse beperkt tot zes maanden
Op 8 juli 2005 heeft de burgemeester van een gemeente besloten tot sluiting van coffeeshop Greenhouse voor twaalf maanden vanwege verkoop van softdrugs aan minderjarigen op 6 mei 2005. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 4 augustus 2005.
De burgemeester baseerde het besluit op artikel 13b van de Opiumwet en het gemeentelijke coffeeshopbeleid, dat strikte handhaving voorschrijft bij overtredingen, waaronder sluiting van maximaal twaalf maanden bij verkoop aan minderjarigen. Verzoekers betwistten de ernst van de overtreding en voerden aan dat de maatregel disproportioneel en onterecht was, mede gezien eerdere incidenten die volgens hen onvoldoende waren vastgesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verkoop aan een minderjarige een aantasting van de openbare orde vormt en dat de burgemeester bevoegd was tot bestuursdwang. Wel vond de rechter dat de verzwaring van de sluiting tot twaalf maanden onvoldoende was gemotiveerd en dat het uitgangspunt van zes maanden sluiting passend was. De voorlopige voorziening werd daarom gedeeltelijk toegewezen, waarbij de sluiting gehandhaafd bleef maar de duur werd beperkt tot zes maanden. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan verzoekers vergoed.
Uitkomst: De sluiting van coffeeshop Greenhouse wordt gehandhaafd maar beperkt tot zes maanden.