ECLI:NL:RBROT:2005:AU1645
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Russell-van der Hoeven
- Foy
- Van Dijken
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens seksueel misbruik van dochter en nichtjes met terbeschikkingstelling
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn dochter toen zij een baby was en ontuchtige handelingen met twee minderjarige nichtjes. De feiten betroffen onder meer seksueel binnendringen en aanrakingen, gepleegd in de periode van 1989 tot 1996. De vervolging voor een deel van de feiten werd niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring en het ontbreken van een klacht van het slachtoffer.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de misdrijven heeft gepleegd zoals ten laste gelegd, met uitzondering van latere misbruikfeiten waarvoor onvoldoende bewijs was. Uit een deskundigenrapport bleek dat verdachte leed aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een ernstige seksuele ontwikkelingsstoornis, wat leidde tot een verminderde toerekeningsvatbaarheid.
Gezien de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het risico op recidive, legde de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaar op en gelastte terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Daarnaast werd een schadevergoeding van €360,08 toegewezen aan een van de slachtoffers. De rechtbank bepaalde dat de terbeschikkingstelling na het uitzitten van een deel van de gevangenisstraf zal aanvangen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens seksueel misbruik van zijn dochter en ontuchtige handelingen met nichtjes.