ECLI:NL:RBROT:2005:AU3235
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Indeplaatsstelling huurder bedrijfsruimte met beperking muziekgebruik
De zaak betreft een huurovereenkomst voor een horecabedrijfsruimte die sinds 1995 wordt gehuurd door een directeur en sinds 2001 door eiseres. Eiseres wenst het bedrijf over te dragen aan de huidige bedrijfsleider en vordert indeplaatsstelling als huurder. Gedaagde verzet zich tegen de vordering.
De rechtbank oordeelt dat het zwaarwichtige belang van eiseres bij overdracht aanwezig is, omdat zij haar financiële en organisatorische capaciteit wil richten op een ander horecabedrijf. De bedrijfsleider biedt voldoende waarborgen voor nakoming van de huurovereenkomst, hoewel discussie bestond over geluidsoverlast en naleving van veiligheidsvoorschriften.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst en exploitatievergunning muziekgebruik beperken tot achtergrondmuziek, en dat er in het verleden ook live muziek en discomuziek zijn gespeeld, wat niet is toegestaan. Daarom wordt indeplaatsstelling toegestaan onder de last dat muziek beperkt blijft tot achtergrondmuziek en het verduisteringsgordijn niet wordt gebruikt.
De vordering wordt verder afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en uitgesproken op 29 juli 2005.
Uitkomst: De indeplaatsstelling van de bedrijfsleider als huurder wordt toegestaan onder de last van beperking van muziek tot achtergrondmuziek en het niet gebruiken van het verduisteringsgordijn.