ECLI:NL:RBROT:2005:AU3601
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- G.A.M.Th. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na onterechte inverzekeringstelling wegens terrorismeverdacht
Verzoeker werd op 27 en 28 september 2004 in verzekering gesteld wegens verdenking van voorbereidingshandelingen voor een terroristische aanslag. De zaak werd geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De politie-inval en de daaropvolgende media-aandacht veroorzaakten aanzienlijke immateriële schade aan verzoeker en zijn gezin, waaronder psychiatrische behandeling en sociale stigmatisering.
De rechtbank oordeelde dat de toegepaste dwangmiddelen rechtmatig waren, maar dat de gevolgen voor verzoeker en zijn gezin zwaarder wogen dan gebruikelijk. Verzoeker vorderde een vergoeding van €30.000,- immateriële schade en materiële schade voor onder andere verhuiskosten en een bril.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €500,- per dag voor immateriële schade over twee dagen, en een vergoeding voor materiële schade van €2.388,94 voor verhuizing en €585,- voor de bril. Andere schadeposten werden afgewezen omdat deze te ver verwijderd waren van de inverzekeringstelling en civielrechtelijk moeten worden afgedaan.
De totale vergoeding werd vastgesteld op €3.973,94, te betalen door de Staat. De rechtbank benadrukte dat de media-aandacht na beëindiging van de inverzekeringstelling de grootste impact had gehad op verzoeker en zijn gezin.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €3.973,94 toegekend wegens immateriële en materiële schade door onterechte inverzekeringstelling.