ECLI:NL:RBROT:2005:AU4190
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bezuijen
- Lamers-Wilbers
- Van Reekum
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid na moord op moeder met oplegging TBS met dwangverpleging
Op 4 februari 2005 heeft verdachte zijn moeder met voorbedachten rade om het leven gebracht door haar meerdere malen met een bahco op het hoofd te slaan en haar keel deels door te snijden. Uit een psychiatrisch onderzoek door het Pieter Baan Centrum bleek dat verdachte leed aan een schizoaffectieve stoornis met psychotische en stemmingsontregelende kenmerken, waardoor hij ontoerekeningsvatbaar was ten aanzien van het gepleegde feit.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het feit heeft begaan, maar nam de conclusie van de deskundigen over dat hij niet strafbaar is vanwege zijn psychische stoornis. Het feit is ernstig, aangezien het slachtoffer haar fundamentele recht op leven werd ontnomen, wat ook grote impact heeft op de nabestaanden en de samenleving.
Gezien de aard van de stoornis, het risico op herhaling zonder adequate behandeling en de ernst van het delict, legde de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op. De behandeling moet zo spoedig mogelijk aanvangen om de veiligheid van anderen te waarborgen.
Uitkomst: Verdachte is wegens ontoerekeningsvatbaarheid ontslagen van alle rechtsvervolging en opgelegd TBS met dwangverpleging.