ECLI:NL:RBROT:2005:AU4422
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige beëindiging duurovereenkomst columnist NRC en toekenning schadevergoeding
De eiser was sinds april 1976 als columnist verbonden aan NRC zonder schriftelijke overeenkomst of afgesproken opzegtermijn. In maart 2004 werd de columnist telefonisch geïnformeerd over het voornemen van NRC om zijn wekelijkse column te beëindigen. De eiser zegde daarop een gepland gesprek af en beëindigde zijn column per 19 maart 2004.
De rechtbank oordeelde dat NRC de duurovereenkomst zonder redelijke opzegtermijn had opgezegd en dat een termijn van zes maanden redelijk was. NRC had geen contact meer gezocht voor alternatieve samenwerking en had de reden van opzegging niet tijdig aan eiser meegedeeld. De schadevergoeding werd vastgesteld op het honorarium over zes maanden, €9.360,-.
De vordering tot rectificatie van passages in NRC werd afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat zijn reputatie was geschaad en de voorgestelde rectificatie berustte op een verkeerde interpretatie van de toelichting.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: NRC is veroordeeld tot betaling van €9.360,- schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van een redelijke opzegtermijn.