ECLI:NL:RBROT:2005:AU4430
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en aflossingscapaciteit bij beëindiging bijstandsuitkering
Eiseres ontving aanvankelijk een bijstandsuitkering op grond van de Algemene Bijstandswet (Abw), welke per 1 september 2003 werd beëindigd omdat zij weer een gezamenlijke huishouding voerde met haar echtgenoot die voldoende middelen had. Verweerder vorderde terugbetaling van ten onrechte ontvangen bijstand over september 2003 en stelde een aflossingsbedrag vast.
Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van het aflossingsbedrag, stellende dat dit te zwaar drukte op het gezinsinkomen vanwege de aflossing van het loonbeslag op haar echtgenoot, andere schulden en extra kosten zoals een beugel voor haar dochter. De rechtbank overwoog dat de kosten van de beugel niet als noodzakelijke kosten gelden en dat andere schulden geen reden zijn tot matiging van het aflossingsbedrag.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het aflossingsbedrag van €324 correct had berekend conform de gemeentelijke handhavingsverordening en het Handboek SoZaWe. Ook werd het loonbeslag op de echtgenoot al in de berekening betrokken, zodat dit niet dubbel mocht meetellen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vaststelling van het aflossingsbedrag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het aflossingsbedrag van €324 per maand wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.