ECLI:NL:RBROT:2005:AU5892
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.B.H.M. van Thiel
- E.I. Batelaan - Boomsma
- S.S. van Nijen
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot faillietverklaring afgewezen wegens ontbreken pluraliteit van schuldeisers
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot faillietverklaring van een verweerder door UWV en CZ. Verzoekers stelden dat verweerder was opgehouden te betalen van opeisbare bedragen, maar verweerder betwistte dit niet en bood een redelijke afbetalingsregeling aan.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van pluraliteit van schuldeisers, een vereiste voor faillietverklaring. UWV en CZ vorderden afzonderlijke bedragen, maar de rechtbank oordeelde dat CZ geen zelfstandig vorderingsrecht heeft omdat zij slechts beheerder is van de Algemene Kas en de premie-inning exclusief via UWV verloopt.
De rechtbank verwees naar een vergelijkbare situatie in een arrest van de Hoge Raad uit 1985, waarin werd vastgesteld dat geen sprake was van meerdere schuldeisers. Omdat verweerder niet de mogelijkheid heeft om UWV en CZ als aparte schuldeisers te behandelen, concludeerde de rechtbank dat er geen pluraliteit van schuldeisers is.
Daarmee ontbrak een essentieel vereiste voor faillietverklaring en werd het verzoek afgewezen. Eventuele aanvullende omstandigheden die zouden wijzen op het opgehouden zijn met betalen werden door de rechtbank niet gevolgd.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen omdat UWV en CZ als één schuldeiser worden beschouwd en er geen pluraliteit van schuldeisers is.