ECLI:NL:RBROT:2005:AU7461
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechtbank en kwalificatie van effectenlease-overeenkomsten als huurkoop
In deze zaak vordert eiser nietigverklaring, vernietiging of ontbinding van diverse effectenlease-overeenkomsten gesloten met Dexia Bank Nederland N.V. Dexia betwist deze vordering en vordert tevens betaling van een bedrag wegens niet nagekomen verplichtingen. De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de overeenkomsten en de vraag of de rechtbank bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomsten naar voorlopig oordeel als huurkoopovereenkomsten moeten worden aangemerkt. Dit volgt uit de bepalingen in de overeenkomsten, waarin is overeengekomen dat de eigendom van de effecten automatisch overgaat zodra de betalingsverplichtingen zijn voldaan. Dexia heeft aangevoerd dat geen sprake is van aflevering, maar dit verweer wordt verworpen op basis van de contractuele bepalingen.
Omdat zaken betreffende huurkoop volgens artikel 93 Rv Pro onder de bevoegdheid van de kantonrechter vallen, verwijst de rechtbank de zaak in zijn geheel naar de sector kanton van de rechtbank Rotterdam. Partijen worden opgeroepen om op 24 oktober 2005 te verschijnen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de sector kanton wegens bevoegdheidskwestie en kwalificeert de overeenkomsten als huurkoop.