ECLI:NL:RBROT:2005:AU7732
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- E. Houweling
- Rechtspraak.nl
Schorsing bouwvergunning eerste fase wegens strijd bestemmingsplan en onvoldoende ruimtelijke onderbouwing
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de gemeente Schiedam om een bouwvergunning eerste fase te verlenen voor woningbouw op een perceel in strijd met het bestemmingsplan. Verzoeker, een omwonende, maakte bezwaar tegen deze vergunning en tegen een later verleende tweede fase vergunning. Hij stelde dat de gemeente ten onrechte vrijstelling verleende op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO zonder het vereiste luchtkwaliteitsonderzoek en dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bouwplannen aanzienlijke overschrijdingen vertoonden van het bestemmingsplan, waaronder de bouwstrook, hoogte en afstand tot perceelsgrenzen. De ruimtelijke onderbouwing was onvoldoende om deze afwijkingen te rechtvaardigen. Daarnaast was het privacybelang van verzoeker onvoldoende meegewogen en was de welstandstoetsing niet zorgvuldig en niet conform het geldende beleid uitgevoerd.
De rechter stelde vast dat de gemeente geen onderzoek naar luchtkwaliteit had verricht, waardoor de bijzondere verklaring van geen bezwaar niet toegepast mocht worden. Ook de welstandstoetsing was niet getoetst aan de actuele Nota Architectuur & Welstand 2004, maar aan de oudere Nota 1995, wat onjuist was.
Gelet op deze gebreken achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat het besluit op bezwaar niet in stand zal blijven en schorste de bouwvergunning eerste fase tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De bouwvergunning eerste fase wordt geschorst vanwege strijd met het bestemmingsplan, onvoldoende ruimtelijke onderbouwing en onzorgvuldige welstandstoetsing.