ECLI:NL:RBROT:2005:AU7735
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek versnelde naturalisatie topsporter wegens onvoldoende motivering
Eiser diende een verzoek tot naturalisatie in op grond van de topsportersregeling, waarbij hij niet voldeed aan de reguliere eisen van vijf jaar hoofdverblijf en toelating, noch aan de naturalisatietoets. Verweerder wees het verzoek af na een belangenafweging, ondanks een positief advies van de Staatssecretaris van VWS.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing niet deugdelijke was gemotiveerd, met name omdat verweerder geen goede reden gaf waarom het verblijf van twee jaar onvoldoende zou zijn, terwijl de regeling juist afwijking van reguliere voorwaarden toestaat. Ook was de afwijzing ten aanzien van het inburgeringsvereiste onzorgvuldig, aangezien positieve aanwijzingen over eisers inburgering niet voldoende waren meegewogen.
Verder werd vastgesteld dat verweerder niet inging op het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en droeg op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot versnelde naturalisatie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.