ECLI:NL:RBROT:2005:AU8207
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Groen
- Scheffers
- Van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Veroordeling AIVD-medewerker voor verstrekking staatsgeheimen aan onbevoegden
De rechtbank Rotterdam heeft op 14 december 2005 uitspraak gedaan in de zaak tegen een medewerker van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) die ervan werd verdacht staatsgeheimen te hebben verstrekt aan onbevoegden. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk delen van geheime informatie, waaronder documenten en e-mails, die betrekking hadden op terrorismeonderzoeken.
Tijdens de procedure voerde de verdediging aan dat verdachte geen eerlijk proces had gehad vanwege beperkingen in het dossier en de geheimhoudingsplicht. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat verdachte voldoende gelegenheid had gehad om zijn visie te geven, maar ervoor koos te zwijgen. Ook werd vastgesteld dat de AIVD niet als opsporingsinstantie kon worden aangemerkt, waardoor bepaalde eisen aan het onderzoek niet van toepassing waren.
Het bewijs bestond onder meer uit verklaringen van ontvangers van de gelekte informatie, DNA-sporen op een enveloppe met geheime documenten, ICT-onderzoek dat verdachte koppelde aan het printen van vertrouwelijke stukken, en het vinden van documenten in de woning van verdachte. De rechtbank achtte de bewijsvoering overtuigend en verwierp alternatieve scenario's voorgesteld door de verdediging.
De feiten werden bewezen verklaard voor het opzettelijk verstrekken van staatsgeheimen in de periode van begin 2004 tot september 2004. De rechtbank stelde vast dat verdachte zijn bijzondere ambtsplicht had geschonden en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden wegens het opzettelijk verstrekken van staatsgeheimen aan onbevoegden.