ECLI:NL:RBROT:2005:AV9030
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag FM-frequentievergunning op grond van Nationaal Frequentieplan en Telecommunicatiewet
Eiser diende op 9 september 2003 een aanvraag in voor een vergunning voor twee specifieke FM-frequenties en aanvullende frequenties die mogelijk ongebruikt zouden blijven. Verweerder, de Minister van Economische Zaken, wees deze aanvraag op 25 september 2003 af omdat het Nationaal Frequentieplan bepaalt dat vergunningen voor commerciële omroep in de band 87,5 MHz tot 108 MHz alleen via veiling of vergelijkende toets kunnen worden verleend.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd op 20 januari 2005 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting op 17 oktober 2005 verscheen eiser met zijn gemachtigde, terwijl verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en een medewerker van het Agentschap Telecom.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing terecht was omdat verlening op volgorde van aanvraag of op basis van voorrang strijdig is met artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a, van de Telecommunicatiewet en het Nationaal Frequentieplan. Eiser voerde aan dat er geen sprake was van schaarste en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen tussentijdse verdeling van restfrequenties plaatsvond, maar deze argumenten werden verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid voor eiser om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor FM-frequentievergunningen wordt ongegrond verklaard.