ECLI:NL:RBROT:2005:BB1843
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht aan huurders over tekortkoming verhuurder bij oplevering woonruimte
In deze zaak tussen huurders en verhuurder staat de oplevering van een woonruimte centraal. De huurders vorderen nakoming van afspraken die zouden leiden tot een huurovereenkomst, waarbij de verhuurder onder meer zou moeten zorgen voor het verwijderen van keukenblokken en kleine toiletten en het vernieuwen van de keuken en badkamer. De huurders erkennen dat de woning inmiddels verhuurd is aan een derde, waardoor zij afzien van een deel van hun vordering.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en dat het redelijk was dat de huurders de huurovereenkomst niet sloten. Het aanbrengen van de voorzieningen wordt als ingrijpend beschouwd, waardoor het niet aannemelijk is dat huurders dit zonder meer hadden moeten accepteren als schadebeperkende maatregel.
Daarom krijgen de huurders een bewijsopdracht om hun stellingen te onderbouwen. Indien zij daarin slagen, wordt aannemelijk dat zij schade hebben geleden door de tekortkoming van de verhuurder. De zaak wordt verwezen naar een openbare terechtzitting om het bewijs verder te bespreken en te bepalen hoe dit geleverd zal worden, inclusief eventuele getuigenverhoren.
Uitkomst: Huurders krijgen bewijsopdracht om tekortkoming verhuurder aan te tonen; zaak verwezen naar zitting voor verdere bewijslevering.