ECLI:NL:RBROT:2006:AV1216
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rutten
- Van de Grampel
- Soffers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag en zware mishandeling van peuter met shaken baby syndroom
De rechtbank Rotterdam heeft op 7 februari 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die het 19 maanden oude zoontje van zijn vriendin, het slachtoffer, herhaaldelijk mishandelde. De mishandelingen namen een sadistische vorm aan, waaronder het toebrengen van brandwonden met een heet strijkijzer. Het slachtoffer werd op 15 oktober 2004 in comateuze toestand naar het ziekenhuis gebracht en overleed een dag later aan de gevolgen van het zogenoemde shaken baby syndroom.
De rechtbank stelde op basis van medische en forensische rapporten vast dat de brandwonden niet konden zijn ontstaan door de door verdachte opgegeven verklaring, maar door contact met het strijkijzer. Ook werd bewezen dat verdachte het slachtoffer hardhandig beetpakte en met kracht schudde of gooide, wat leidde tot het fatale acceleratie-deceleratie trauma. De moeder van het slachtoffer, medeverdachte, werd mede verantwoordelijk gehouden wegens haar passieve houding en het in stand houden van de mishandeling.
De gedragsdeskundigen stelden vast dat verdachte leed aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en sadistische trekken, waardoor hij beperkt toerekeningsvatbaar was. Gezien de ernst van de feiten en het recidivegevaar legde de rechtbank een gevangenisstraf van vijf jaar op, met aftrek van voorarrest, en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens doodslag en zware mishandeling van een peuter.