ECLI:NL:RBROT:2006:AV3510
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- M. van ‘t Klooster
- T.B. Trotman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid waarderingskosten Wet WOZ 1999-2002 door Waarderingskamer
De gemeente Westvoorne heeft bij de Waarderingskamer een kostenopstelling ingediend voor de waarderingskosten in het kader van de Wet WOZ over de jaren 1999 tot en met 2002. De Waarderingskamer heeft deze kosten op € 1.104.502,99 vastgesteld, lager dan het door de gemeente opgegeven bedrag. De gemeente maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de Waarderingskamer ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde de gemeente beroep in bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank overweegt dat de Waarderingskamer een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de redelijkheid van de kosten. De rechtbank toetst slechts of het besluit onredelijk is of in strijd met rechtsregels of beginselen. De rechtbank oordeelt dat de Waarderingskamer terecht de kosten die niet specifiek voor de waardering zijn gemaakt, zoals verrekeningskosten en kosten van interne organisatie, niet heeft geaccordeerd. Ook de door de Commissie gehanteerde criteria, waaronder het maximum uurtarief en benchmarking met vergelijkbare gemeenten, zijn niet onredelijk.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak bevestigt de beoordelingsvrijheid van de Waarderingskamer en de toepassing van objectieve criteria bij de vaststelling van redelijke waarderingskosten.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente tegen het besluit van de Waarderingskamer wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.