ECLI:NL:RBROT:2006:AV3944
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tan
- Vroom
- Frima
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen erfgenamen tegen bank wegens reeds beslecht geschil en misbruik van procesrecht
De zaak betreft een geschil tussen de erfgenamen van de overleden [X] en Fortis Bank over aansprakelijkheid en onrechtmatig handelen van de bank in verband met faillissementen van [X] en diens onderneming CCM.
De erfgenamen stelden dat de bank onrechtmatig had gehandeld door het faillissement aan te vragen op basis van een niet meer bestaande schuld en dat de bank onzorgvuldig had gehandeld met betrekking tot zekerheden en beslaglegging. De bank betwistte deze stellingen en voerde aan dat over deze kwesties reeds was beslist in eerdere procedures met gezag van gewijsde.
De rechtbank oordeelde dat de erfgenamen hun vorderingen niet konden herhalen zonder essentiële nieuwe feiten of stellingen, en dat de aangevoerde aanvullingen onvoldoende concreet waren. Ook was er geen sprake van misbruik van procesrecht door het starten van deze procedure. De vorderingen van de erfgenamen en de bank werden daarom afgewezen, met veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de erfgenamen en de bank af en veroordeelt beide partijen in de proceskosten.