ECLI:NL:RBROT:2006:AV6083
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering over periode juli-augustus 1999
Eiser ontving een WAO-uitkering die deels onverschuldigd was betaald over de periode van 26 juli 1999 tot en met 31 augustus 1999. Verweerder vorderde dit bedrag van € 1334,38 bruto terug. Eiser stelde dat hij tijdig had gemeld te zijn gaan werken en dat de terugvordering was verjaard. Tevens betwistte hij dat gemaakte kosten in bezwaar niet werden vergoed.
De rechtbank constateerde dat verweerder consistent had gecommuniceerd dat de uitkering was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25% vanwege inkomsten uit arbeid. Eiser was op de hoogte van de te veel ontvangen uitkering en had dit ook gemeld. De verjaringstermijn van vijf jaar was niet overschreden omdat deze aanving bij het besluit van 20 november 2000 en de terugvordering bekend werd gemaakt op 5 oktober 2004.
Met betrekking tot de kostenvergoedingen oordeelde de rechtbank dat deze reeds in eerdere procedures aan de orde waren geweest en niet opnieuw konden worden behandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de terugvordering van het onverschuldigde bedrag.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering wordt gehandhaafd.