ECLI:NL:RBROT:2006:AV7603
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht bank bij execution only relatie en liquidatie effectenportefeuille
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO Bank en een klant over een debetsaldo op een effectenrekening en de liquidatie van de effectenportefeuille in twee tranches in 1997 en 2003. De klant betwist de vordering van de bank tot betaling van het tekort en stelt dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden door zonder adequate begeleiding te laten beleggen en door de portefeuille te liquideren.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een execution only relatie bestond, waarbij de bank geen beleggingsadvies gaf maar alleen orders uitvoerde. De zorgplicht van de bank beperkt zich daarom tot een zekere mate van zorg, zonder adviesverplichting. De bank heeft niet onzorgvuldig gehandeld door in 1997 een deel van de portefeuille te liquideren, omdat de klant onvoldoende concrete feiten heeft aangevoerd.
Met betrekking tot de liquidatie in 2003 is onduidelijk of de bank gerechtigd was te liquideren, mede gezien een brief waarin werd gesteld dat zonder overeenkomst geen transacties mochten worden verricht. De rechtbank draagt de bank op bewijs te leveren dat er in maart 2003 een dekkingstekort bestond van langer dan vijf dagen, waarna getuigen zullen worden gehoord. De beslissing in reconventie wordt aangehouden.
Uitkomst: Bank wordt veroordeeld tot betaling van het debetsaldo, maar bewijs over dekkingstekort liquidatie in 2003 wordt nader onderzocht.