ECLI:NL:RBROT:2006:AV8910
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Boven
- Edgar
- De Beaufort
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 9 maanden gevangenisstraf voor hulp bij verbergen lijk na schietincident
De verdachte was aanwezig toen een bekende van hem een man met één schot door het hoofd doodde. Verrast door deze gebeurtenis, hielp verdachte vervolgens mee om het lijk met zijn auto te vervoeren naar een afgelegen natuurgebied. Daar groef hij samen met de schutter een graf waarin het lichaam werd begraven en bedekt om ontdekking te voorkomen.
De verdediging voerde psychische overmacht aan, stellende dat verdachte door de schokkende gebeurtenis en de dreiging van het vuurwapen niet meer in staat was zijn wil te bepalen. De rechtbank oordeelde echter dat hoewel de situatie beangstigend was, niet aannemelijk was dat verdachte geen weerstand kon bieden en geen andere keuze had dan mee te werken.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primaire feit van betrokkenheid bij de schietpartij en het bezit van het wapen, maar verklaarde bewezen dat hij het lijk heeft vervoerd en begraven met het oogmerk het overlijden te verhullen. Gelet op de ernst van het feit en eerdere veroordelingen van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 9 maanden op, met aftrek van voorarrest.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken van het primaire feit. De rechtbank veroordeelde verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij, begroot op nihil.
Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 29 maart 2006.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor het mede verbergen van het lijk na een dodelijke schietpartij.