ECLI:NL:RBROT:2006:AW1830
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing spoedeisend belang bij terugvordering fractiekosten door gemeente Rotterdam
De gemeente Rotterdam vorderde in kort geding de terugbetaling van voorschotten die zij aan fracties, waaronder een eenmansfractie en een fractie gevormd door twee raadsleden, had verstrekt voor de jaren 2003 en 2004. De fracties en een stichting die de voorschotten ontvingen, werden aangesproken. De stichting verscheen niet en werd verstek verleend.
De gemeente stelde dat er een spoedeisend belang was bij de terugvordering van gemeenschapsgelden en dat een snelle inning noodzakelijk was vanwege financiële integriteit en bestuurlijke zuiverheid. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de gemeente onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had aangevoerd die een spoedeisend belang konden onderbouwen. Ook het relatief geringe bedrag in één van de vorderingen maakte spoed niet aannemelijk.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van de gemeente af wegens gebrek aan spoedeisend belang. De vordering van een van de raadsleden tot betaling van openstaande bedragen werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procureurstelling. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten van de tegenpartijen.
Uitkomst: De vorderingen van de gemeente tot terugvordering van voorschotten werden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.