ECLI:NL:RBROT:2006:AW2001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Russell-van der Hoeven
- Lamers-Wilbers
- De Gans
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor brandstichting in moskee met levensgevaar voor omwonenden
Op 15 juni 2005 heeft verdachte opzettelijk brand gesticht in de Djama Mashid Shaan-e-Islam moskee te Rotterdam, waardoor materiële schade en levensgevaar voor omwonenden ontstond. Verdachte werd herkend op camerabeelden en door getuigen, en er werd forensisch bewijs gevonden dat zijn betrokkenheid bevestigde.
De rechtbank oordeelde dat verdachte doelbewust medeburgers in hun geloofsovertuiging wilde krenken en een levensgevaarlijke situatie creëerde. Het bewijs bestond uit camerabeelden, getuigenverklaringen, DNA-onderzoek van een jas die in verband werd gebracht met verdachte, en vergelijkend verfonderzoek.
Verdachte ontkende, maar zijn verklaring werd verworpen vanwege de sterke bewijsvoering. De rechtbank wees ook het verweer af dat het delict door meerdere personen was gepleegd en benadrukte dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.
Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden op, zonder voorwaardelijke straf, met aftrek van voorarrest. De straf weerspiegelt de zware impact van het delict op de rechtsorde en de veiligheid van de buurt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor opzettelijke brandstichting met levensgevaar in een moskee.