ECLI:NL:RBROT:2006:AW2488
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Ontslag werknemer tijdens arbeidstherapeutische werkzaamheden en geschil over rechtsgeldigheid
Een werknemer, werkzaam als schoonmaker, werd ziek en verrichtte vanaf september 2004 arbeidstherapeutische werkzaamheden. De werkgever staakte de loonbetaling per 14 februari 2005 en sprak het ontslag op staande voet uit op 10 maart 2005, wat door de werknemer werd betwist.
De werknemer stelde dat hij nog arbeidsongeschikt was en dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, waaronder het ontbreken van een arbeidskundig onderzoek en passende werkplekaanpassingen. De werkgever stelde dat de werknemer zich niet aan afspraken hield, regelmatig zonder bericht afwezig was en het werk weigerde, wat het ontslag rechtvaardigde.
De kantonrechter achtte het wenselijk om partijen te horen tijdens een comparitie van partijen, waarbij ook een tolk aanwezig zal zijn vanwege taalproblemen van de werknemer. Nadere informatie over afspraken, communicatie met de arbo-dienst, medische meldingen en de omstandigheden van het ontslag zal worden besproken. De zaak wordt aangehouden voor deze zitting.
Uitkomst: Comparitie van partijen gelast om geschil over ontslag en re-integratie nader te bespreken.