ECLI:NL:RBROT:2006:AW5538
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verlenging projectperiode subsidie ESF-3
Verzoekster had bij besluit van 23 december 2005 een afwijzing ontvangen op haar verzoek tot verlenging van de projectperiode van het project Scholing Zeescheepvaart 2005, waarvoor eerder subsidie was verleend onder de Subsidieregeling ESF-3. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen en de verlengingsaanvraag alsnog inhoudelijk te behandelen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het Beleidskader ESF-3 een besluit van algemene strekking betreft, waarin een subsidieplafond van € 0,00 is vastgesteld met ingang van 28 oktober 2005. Dit plafond was tijdig bekendgemaakt conform artikel 4:27 Awb Pro. Verzoekster had geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit en haar verlengingsaanvraag was ingediend na het tijdstip van het subsidieplafond, waardoor het plafond van toepassing is.
Hoewel verzoekster stelde dat het verlengingsverzoek geen nieuwe aanvraag was en dat het beleid onrechtvaardig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was, oordeelde de voorzieningenrechter dat het bezwaar onvoldoende was om het besluit voorlopig te schorsen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel werd verworpen, mede omdat er geen sprake was van een uitzondering zoals bij andere aanvragers.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit naar alle waarschijnlijkheid stand zal houden in bezwaar en dat er geen spoedeisend belang was om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verlenging van de projectsubsidie wordt afgewezen.