ECLI:NL:RBROT:2006:AW9819
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ongegrondverklaring dwangbevel wegens verjaring invordering dwangsommen
Visser exploiteert een brandstofverkooppunt te Rotterdam dat onder het Besluit inrichtingen motorvoertuigen milieubeheer valt. De gemeente legde in 2001 een last onder dwangsom op wegens overtreding van milieuregels, met een begunstigingstermijn tot 9 december 2002. Visser verbeurde een dwangsom van € 80.547,95 na overtredingen geconstateerd in 2003. De gemeente vorderde betaling, maar Visser stelde dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard en dat de inning onrechtmatig was wegens afspraken die invordering zouden uitstellen.
De rechtbank stelt vast dat de verjaringstermijn van zes maanden na het verstrijken van de begunstigingstermijn geldt, maar dat stuiting van verjaring mogelijk is. De gemeente voerde aan dat zij tijdig stuitingshandelingen verrichtte door brieven te verzenden in januari en februari 2004. Visser betwistte de ontvangst van deze brieven, waardoor de gemeente de bewijslast draagt om aan te tonen dat de brieven daadwerkelijk zijn ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente wordt toegelaten tot bewijslevering, waaronder het horen van getuigen, om aan te tonen dat de stuitingsbrieven tijdig bij Visser zijn aangekomen. Tot dat bewijs is geleverd, wordt verdere beslissing aangehouden. Het vonnis is gewezen door mr. L.A. Pit.
Uitkomst: De rechtbank staat bewijslevering toe over ontvangst stuitingsbrieven en houdt verdere beslissing aan.