ECLI:NL:RBROT:2006:AX0344
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ontheffing van inburgeringsvereiste bij naturalisatie topsporter
Eiser, een topsporter, verzocht om naturalisatie met toepassing van artikel 10 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), waarbij ontheffing van het inburgeringsvereiste werd gevraagd. Verweerder weigerde deze ontheffing omdat eiser niet slaagde voor het eerste onderdeel van de naturalisatietoets en onvoldoende blijk gaf van een langdurige band met Nederland.
De rechtbank bevestigde dat de verscherpte eisen van de RWN sinds 1 april 2003 meer gewicht toekennen aan het inburgeringsvereiste, ook voor topsporters. Hoewel artikel 10 RWN Pro uitzonderingen toestaat, achtte de rechtbank het belang van voldoende kennis van de Nederlandse samenleving en taalvaardigheid essentieel voor de voorbeeldfunctie van topsporters.
Eiser voerde aan dat het beleid onrechtmatig was en dat hij door tijdnood niet tijdig de toets kon afleggen, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet tijdig met de voorbereiding was begonnen en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt.
Daarnaast verwierp de rechtbank de bijkomende voorwaarde van verweerder dat eiser een langdurige verblijfintentie moest aantonen, omdat hiervoor geen wettelijke basis bestaat en dit in strijd is met de individuele belangenafweging en het doel van artikel 10 RWN Pro.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat verweerder terecht geen ontheffing van het inburgeringsvereiste heeft verleend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat geen ontheffing wordt verleend van het inburgeringsvereiste voor naturalisatie van eiser als topsporter.