ECLI:NL:RBROT:2006:AX2053
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning horeca wegens tewerkstelling zonder vergunning en strijd met openbare orde
Eisers exploiteren sinds 1996 een horeca-inrichting waar herhaaldelijk vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning zijn aangetroffen. Na meerdere waarschuwingen en proces-verbalen besloot de burgemeester van Rotterdam de exploitatievergunning tijdelijk in te trekken voor drie maanden. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit, waarbij de grondslag van intrekking werd gewijzigd van strafbare feiten naar strijd met openbare orde en slecht levensgedrag.
De rechtbank overweegt dat sinds 1 januari 2005 overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) niet langer strafbaar is maar een beboetbaar feit, en dat de intrekking van de vergunning een discretionaire bevoegdheid is die terughoudend moet worden beoordeeld. Het beleid van verweerder, vastgelegd in de Handhavingsmodule horeca, rechtvaardigt de intrekking bij herhaalde overtredingen.
De rechtbank oordeelt dat de overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav per definitie een inbreuk op de openbare orde vormt en dat eisers onvoldoende betwist hebben dat de overtredingen hebben plaatsgevonden. De intrekking is een reparatoire maatregel gericht op het handhaven van de openbare orde en het weren van laakbaar gedrag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd. Een verzoek om schadevergoeding wordt niet behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de tijdelijke intrekking van de exploitatievergunning wegens tewerkstelling van vreemdelingen zonder vergunning.