ECLI:NL:RBROT:2006:AX2179
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Vordering tot zekerheidstelling proceskosten door Democratische Republiek Congo afgewezen
In deze civiele procedure vordert [X] dat de Democratische Republiek Congo zekerheid stelt voor de proceskosten die zij mogelijk verschuldigd zal zijn. Congo voert verweer op grond van immuniteit en beroept zich op uitzonderingen in artikel 224 lid 2 sub b Rv Pro vanwege haar ambassade in België en de toepasselijkheid van de EEX-Verordening.
De rechtbank oordeelt dat Congo als eiseres afstand heeft gedaan van immuniteit en derhalve in beginsel proceskostenzekerheid moet stellen. De uitzonderingsbepalingen van artikel 224 lid 2 sub b Rv Pro zijn niet van toepassing omdat de ambassade in België niet het centrum van sociale en economische activiteiten vormt en geen verdrag of EG-verordening van toepassing is die vrijstelling geeft.
De rechtbank wijst de vordering tot zekerheidstelling toe voor een bedrag van €16.584,00, bestaande uit vast recht en punten voor proceshandelingen, en bepaalt dat dit bedrag binnen veertien dagen moet worden voldaan op een derdenrekening. De beslissing over de kosten wordt gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De hoofdzaak blijft verder aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Democratische Republiek Congo proceskostenzekerheid te stellen van €16.584,00 binnen veertien dagen op een derdenrekening.