ECLI:NL:RBROT:2006:AX2189
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over voorlopige dekking en verzwijging strafrechtelijk verleden
De zaak betreft een geschil over een opstalverzekering voor een woonhuis waarop een hypotheekrecht rustte ten gunste van PBA Hypotheken 11 B.V. Na een brandschade in september 2003 vorderde PBA betaling van schadevergoeding op grond van een voorlopige dekking door Hiscox en een verzekering bij Erasmus, met een subsidiaire vordering tegen assurantietussenpersoon Buropost.
Hiscox stelde dat geen definitieve verzekeringsovereenkomst tot stand was gekomen en dat de voorlopige dekking verviel vanwege het niet tijdig aanleveren van een volledig ingevuld aanvraagformulier. Tevens werd een beroep gedaan op verzwijging van het strafrechtelijk verleden van de verzekerde, wat volgens Hiscox tot uitsluiting van dekking leidde.
De rechtbank oordeelde dat Hiscox weliswaar een voorlopige dekking had verleend, maar dat deze niet onder de voorwaarde viel dat het aanvraagformulier tijdig moest worden ontvangen. Tevens was er geen bewijs van opzet tot misleiding door verzwijging van het strafrechtelijk verleden, zodat art. 251 K niet van toepassing was. Hiscox is daarom gehouden tot uitkering van €136.733,81 plus wettelijke rente.
De vordering tegen Erasmus werd afgewezen omdat de uitkering van Hiscox in de plaats was getreden van het huis als verhaalsobject, waardoor PBA geen schade leed in haar hypothecair belang. De subsidiaire vordering tegen Buropost werd eveneens afgewezen omdat de hoofdvorderingen toewijsbaar waren. De rechtbank veroordeelde Hiscox in de proceskosten en wees de vorderingen tegen Erasmus en Buropost af.
Uitkomst: Hiscox is gehouden tot betaling van €136.733,81 plus rente aan PBA op grond van voorlopige dekking; vorderingen tegen Erasmus en Buropost worden afgewezen.